Claire en Brock zaten maanden op een onbewoond Iers eiland. Maar is het eilandleven wel zo paradijselijk? - NRC


Juli 2025

De donkergrijze wolken hangen laag, zo laag dat ze de diepzwarte zee lijken te raken. Een harde wind stuwt de golven op, ze laten het oranje scheepje met harde klappen neerkomen. Om de boot cirkelt een stel dolfijnen, de kapitein ziet een dwergvinvis, er zitten er wel vier zegt hij, maar het tiental opvarenden, toeristen, ziet alleen een glimp van een rug. Rond de hoge, groene kliffen fladderen papegaaiduikers.

Dan, om de hoek van de klif, een eiland. Door de slagregens heen tekent zich een strandje af waarop een kolonie zeehonden ligt. Daarboven een aantal ruĂŻnes en vijf kleine, witte huisjes – ‘caifé’ staat op een geschreven. De opvarenden, diep weggedoken in hun regenjassen, slaken een zucht van verlichting.

Ze zijn afgekomen op de weidsheid van de oceaan en het bijzondere ecosysteem van Great Blasket Island. Maar velen komen ook voor de mystiek en de nostalgie; het eiland wordt bezongen in Ierse folksongs, verhalen en boeken.

Het grootste deel van het jaar stormt en regent het er, ook vandaag. Great Blasket, sinds 1953 onbewoond, is zesenhalve kilometer lang en een kleine kilometer breed. Het ligt voor de zuidwestelijke kust van Ierland, in de Atlantische Oceaan – een vooruitgeschoven post van het vasteland. De stormen en stortbuien die hier vanaf het Canadese Newfoundland na een reis van ruim drieduizend kilometer zonder enig obstakel aan land komen, treffen het eiland als een mokerslag. Er is geen elektriciteit, geen centrale verwarming.

Dus als Alice Hayes begin 2020 een bericht op Facebook plaatst waarin ze vraagt om een stel dat op het eiland wil wonen en in de zomer zorg wil dragen voor de dagjesmensen, verwacht ze weinig respons.

Er reageren, tot op de dag van vandaag, bijna 80.000 mensen.

Billy en Alice Hayes, samen met hun zoons Joey en Harry Foto privéarchief familie hayes
Zoom in

Januari 2020

De Ierse Alice Hayes en Billy O’Connor zitten in hun huiskamer in Dingle, een kustplaats in het zuidwesten van Ierland. Het echtpaar bezit vijf huisjes op Great Blasket Island, zo’n veertig minuten varen van Dingle. In de zomermaanden verhuren ze de cottages aan toeristen. Ook kunnen dagjesmensen die het eiland aandoen een kop thee kopen. De vriend die al drie jaar tussen april en oktober in een van de huisjes op het eiland woont en voor de gasten zorgt, heeft een baan aangenomen. Hij wordt leraar op het vasteland, en vertrekt.

„Wat moeten we doen”, vraagt Alice.

Billy haalt zijn schouders op. „Ik zou het niet weten.”

Dan krijgt hij een idee: een oproep op Facebook. Diezelfde dag gaat het viral. Met stomme verbazing kijken ze naar hun tijdlijn; iedere minuut komen er tientallen reacties bij. Van Noorwegen tot Zuid-Afrika, overal ter wereld appelleert een verblijf op een onbewoond eiland aan een diep gekoesterd verlangen.

Enkele dagen later scrolt de Nederlandse Claire de Haas op haar telefoon. Ze verblijft op Sumba, een geĂŻsoleerd eiland in de Indonesische archipel. Hier verricht ze met haar vriend Brock Montgomery tijdelijk vrijwilligerswerk; samen stomen ze jongeren klaar voor een baan in het hotelwezen op het vierhonderd kilometer verderop gelegen Bali.

Het is heet en ze veegt lusteloos over het scherm. Dan blijft haar vinger hangen. ‘Avontuur’, is het eerste dat ze denkt als ze de oproep van Alice Hayes op Facebook ziet. Als vrienden later vragen wat ze op een onbewoond eiland moet, zegt ze: „Het niet-alledaagse geeft me een kick. Ik houd van Nederland, maar moet soms ademhalen in andere landen, andere culturen en talen.”

Haar grootouders, nomaden op de binnenvaart, zeggen dat er ‘schippersbloed’ door haar aderen stroomt.

Maar als ze de honderden reacties onder het bericht ziet, scrolt ze verder. Kansloos. Toch zegt iets in haar dat ze dit aan Brock moet laten zien. Ze staat op, duwt hem de telefoon onder zijn neus. Hij kijkt en zegt: „Cool. Waar kunnen we ons aanmelden?”

Het grootste deel van het jaar stormt en regent het hier

Ze weten hoe het is om op een eiland te wonen; Sumba is klein, traditioneel en economisch achtergesteld. Ze weten ook hoe het is om in relatieve eenzaamheid te wonen. Ze woonden onder meer in een tiny house in de Canadese wildernis, de geboortegrond van Brock, en in een klooster in Portugal. Claire heeft bovendien de Hogere Hotelschool afgerond – het runnen van vijf cottages is een kolfje naar haar hand. Alleen, hoe vallen ze op tussen al die tienduizenden aanmeldingen? Het stel besluit een video te maken waarin het zichzelf aanprijst. Die sturen ze ook naar het Facebook-account van Billy’s moeder.

In Dingle worstelt Alice Hayes zich intussen door de vele aanmeldingen heen. Een Brits stel uit Londen – hij is ingenieur, zij is arts – wil weg uit de ‘ratrace’. Een ander stel – werkzaam op een middelbare school – is toe aan een ‘career break’. Weer een ander stel – ze groeiden op een boerderij in Schotland op – verlangt terug naar de ‘rural roots’ van hun kinderjaren. Een pas getrouwd echtpaar – hij uit Ierland, zij uit Amerika – droomt van een huisje aan de Ierse westkust, ‘met uitzicht op zee’.

De meeste mensen blijken een romantisch beeld van een verblijf op een onbewoond eiland te hebben. ‘Great Blasket als een paradijs’, omschrijft Billy zulke aanmeldingen. Hij weet beter; vaker zijn de dagen miserabel, dan stormt het en houdt de generator er mee op.

Alice zucht: „En er is geen uitweg, je kunt niet ontsnappen.”

Ze moet de dromers van de realisten onderscheiden. Maar iedere ochtend zit haar mailbox opnieuw vol, en na een paar weken raakt ze overweldigd. Tot Billy’s moeder enthousiast opbelt. Ze heeft net haar Facebook geopend en zegt: „Ik denk dat ik het stel heb gevonden.”

Niets lijkt het avontuur van Claire en Brock in de weg te staan. Maar dan haalt de coronapandemie een streep door alle plannen. Claire en Brock kunnen niet naar Ierland, Alice en Billy kiezen in allerijl een Iers koppel als conciërges. De huisjes blijven die zomer grotendeels leeg en dat geldt ook voor de daaropvolgende zomer.

Zoom in Zoom in Foto’s PrivĂ©archief familie hayes

April 2022

Claire en Brock vertrekken alsnog naar Great Blasket Island. Bill O’Connory brengt hen met zijn boot, en hij heeft haast, want er is een storm op komst. Zo’n tweehonderd meter van het eiland laden Claire en Brock hun spullen over in een rubberboot, want door de rotsen in het ondiepe water kan Bill zijn boot niet aanmeren. Vanaf de landingsplaats leidt een steil, glibberig rotspad de klif op.

Een uur later raast de storm over het eiland. Vier dagen lang slaat de regen tegen de ramen. De kleine windturbine die voor een beetje stroom zorgt, wordt bijna van zijn standaard geblazen.

Nee, angstig is Claire niet, maar als ze er nu op terugkijkt, vraagt ze zich af waarom niet. „Op dat moment dacht ik helemaal niet over de gevaren na. Maar wat als ons iets was overkomen? Dan had niemand ons naar een ziekenhuis kunnen brengen.”

Het is de belangrijkste reden dat het eiland onbewoond is. Tot 1953 woont er een traditionele, Gaelic sprekende gemeenschap. Op het hoogtepunt, rond 1800, bestaat die uit bijna tweehonderd mensen. De gemeenschap is zelfvoorzienend: bewoners vangen vis, jagen op zeehonden, planten aardappelen. Op de weilanden vol grassen en mossen hoeden ze schapen – altijd vol op de wind; er zijn geen bomen op Great Blasket.

Maar het leven is zwaar en in de eerste helft van de twintigste eeuw emigreren steeds meer jonge mannen. De gemeenschap dunt uit – in 1941 wordt het schooltje gesloten. En als in 1953 een jonge man overlijdt – door het slechte weer kunnen de reddingsdiensten niet uitrukken – besluit de overheid het eiland te ontruimen. Vanaf dat moment groeit het gras onbekommerd tegen de afbrokkelende stenen cottages op.

De onverschrokken eilanders, het harde en eenvoudige leven – ze appelleren aan de Ierse hang naar traditie. Die nostalgie wordt gevoed door de verhalen die over Great Blasket worden verteld; door de decennia heen is een twintigtal boeken over het leven op het eiland verschenen, van The Islandman van Tomás Ó Criomhthain tot The Loneliest Boy in the World, de memoires van Gearóid Cheaist Ó Catháin, het laatste kind dat op het eiland geboren wordt.

De biografie van Peig Sayers, Peig, is de bekendste. Sayers woonde tussen 1892 en 1942 op het eiland. Jarenlang vertelt ze haar verhalen, bevolkt door demonen, elfjes en geesten, aan de eilanders, tot ze in de jaren dertig wordt ontdekt door een professor, op zoek naar ‘Irish oral history’. Hij moedigt haar aan haar verhalen op schrift te stellen. Die biografie bereikt een culturele status in Ierland.

Er leeft een grote kolonie grijze zeehonden op Great Blasket Island. Foto Privéarchief familie hayes
Zoom in

Vier dagen heeft het leven van Claire en Brock zich grotendeels rond de kachel en de twee uitgezakte fauteuils ervoor afgespeeld: hier koken ze water voor koffie en thee, maken ze eten, hangen ze hun natte kleren te drogen, warmen ze zich op. Nu de storm voorbij is, maken ze een eerste wandeling rond het eiland. Ze zijn overweldigd door de schoonheid. In het gras dartelen lammetjes en konijnen, in de lucht cirkelen jan-van-genten, mantelmeeuwen en stormvogels, op het strandje liggen zeehonden.

Langzaam vullen de dagen zich. Met het ochtendlicht staan ze op om voor vijf jonge, moederloze lammetjes te zorgen. Onderwijl trainen ze hun hond om schapen te hoeden. In de middag knappen ze de huisjes op, of ze gaan zwemmen en wandelen.

Omdat er geen koelkast is, eten ze voornamelijk uit blik en pak. Het ontbijt bestaat uit in water geweekte havermout – melk en yoghurt blijven niet lang goed – de lunch uit tuna melt sandwich, het diner uit aardappelen of pasta met saus. Eens in de twee weken brengt Billy twee verse steaks mee, daar kijken ze dagen tevoren naar uit. ’s Avonds zitten ze bij de open haard. Ze gaan vroeg naar bed.

Alleen via hun telefoon sijpelt de 21ste eeuw binnen; dankzij een mast op het uiterste puntje van het vasteland kunnen ze bellen en internetten. Maar steeds vaker liggen hun mobieltjes ongebruikt in huis.

Uren worden dagen, dagen worden weken. „Een tijdloos bestaan”, noemt Claire het zelf. En daar, in die dimensie, verandert ze. „In stilte en eenvoud”, zal ze later zeggen, „ontdekte ik hoezeer ik in het dagelijkse leven word gestuurd door verwachtingen van anderen. Hoe hun overtuigingen zich in mij hebben vastgezet”. Dat ze carriùre moet maken bijvoorbeeld, of altijd een mening moet hebben, dat het goed is om druk-druk-druk te zijn.

Na drie maanden eenvoud en rust breekt de zomervakantie aan. De huisjes zitten vol, drie toeristenboten leveren op zonnige dagen een krappe honderd bezoekers per dag af. De overgang is groot. Al die tijd hebben Claire en Brock niemand gesproken, op Billy na die een keer per week de boodschappen brengt en het afval meeneemt.

Claire verwelkomt de afleiding. ’s Avonds, als de dagjesmensen terug zijn naar het vasteland, schuift ze aan bij het kampvuur. Onder de overnachters – het zijn er nooit meer dan tien – bevinden zich dichters, schrijvers, folkmuzikanten, op zoek naar de roots van Peig Sayers. Bij het kampvuur komen Sayers’ verhalen tot leven. In het donker voelen ze de spirit van Sayers en andere, overleden bewoners om zich heen. „Het voelt alsof ik niet alleen ben”, zegt een van de overnachters. „Geesten ja, maar dan in de goede zin van het woord.”

De komst van toeristen zorgt ook voor de eerste wrijvingen tussen Claire en Brock. Claire wil de cottages keurig aan kant hebben. „Hou toch op”, zegt Brock, als ze voor de zoveelste keer achter hem aan loopt, ondertussen de kreukels uit de lakens strijkend. „Het is een hutje op een onbewoond eiland, geen vijfsterrenhotel in een resort!”

Toch, veel ruzie hebben ze niet. Nee, dan vond Claire de tijd die ze samen in een ingesneeuwd tiny house in Canada doorbrachten, lastiger. „Daar konden we Ă©cht niet aan elkaar ontsnappen.”

Zoom in Zoom in In de zomer leveren toeristenboten drie keer per dag bezoekers af op het eiland.Foto’s PrivĂ©archief familie hayes

Oktober 2022

Na zes maanden is het gedaan. Vanaf nu wordt het weer slechter, vanaf 1 oktober verlaten Claire en Brock het eiland, zo is het immers afgesproken. Billy, voortgestuwd door enorme winden, haalt hen op. Op de terugweg gaat de zee zo tekeer dat ze alle drie moeten overgeven. Claire krijgt een spasme, ze ligt stuiptrekkend op de bodem van de boot. Voor het eerst maakt Brock zich zorgen. „Als ze naar het ziekenhuis moet, zijn we nooit op tijd”, roept hij tegen Billy. Die draait de hendel verder open.

De eerste dagen in Dingle zijn overweldigend. Van de verschillende soorten ketchup in de supermarkt tot het lichtknopje in de hotelkamer. Maar het is vooral het lawaai. Pas nu valt het Claire op dat er overal geluid is; in de supermarkt staat de radio aan, praten de mensen, rinkelt de kassa. Op de kade rijden auto’s voorbij, uit de pubs klinkt muziek. Ja, ze hoort alles. En alles is hard, luid en niet te vermijden.

Als Alice Hayes het jaar daarop vraagt of Claire en Brock nog een keer conciërges willen zijn, zegt Brock volmondig ja. Maar Claire slaat het aanbod af. Na al die jaren rondreizen begint ze te verlangen naar een vaste plek, met eigen spullen. Ze keert, samen met Brock, terug naar haar geboorteplaats Alkmaar, waar hij aan de slag gaat als ijshockeytrainer en -speler en zij als freelance recruiter. In mei 2025 trouwen ze.

Toch heeft het eiland haar veel gebracht, zegt ze. „Ik heb er geleerd om te zijn. Om aan verleden noch toekomst te denken. Om niet te plannen, maar erop te vertrouwen dat het goed komt. Ik heb geleerd van de rust op het eiland, en dat het okĂ© is om mezelf te zijn.”

Noorwegen

Het diepe verlangen naar een leven op een (bijna) onbewoond eiland leidt mensen niet alleen naar Ierland. In Noorwegen leverde een oproep aan Nederlanders om zich te vestigen op een spaarzaam bewoond eiland boven de poolcirkel, in 2020 ruim vierhonderd reacties op.

Marlieke Luit en haar partner Thijs stuurden ook een brief. Marlieke, net afgestudeerd als bioloog, ervaarde het leven in Nederland als te druk en de nadruk op een carriùre als te groot. „Alles moet perfect zijn.”

Ze zocht ‘iets’ anders, en dacht het te vinden op Selvaer. Daar, boven de poolcirkel, op een eiland dat ze in twintig minuten rond loopt, maakt ze haar droom waar: sinds vier jaar bestiert het stel een kleine veeboerderij en verbouwt het zijn eigen eten. „De pasta carbonara, met vlees van onze varkens, eieren van onze kippen en truffelzeewier uit zee kan zich meten met een sterrenmaaltijd”, zegt Marlieke aan de telefoon.

Er zitten ook haken aan de idylle. Het kan heftig stormen op Selvaer en het is in de winter maar drie uur per dag licht. „Dan raak ik wel eens neerslachtig.”

En ook; in de kleine gemeenschap (zeventig mensen in de zomer, twintig in de winter) heeft iedereen een mening; over wanneer ze de aardappelen in de grond moeten stoppen, hoe ze hun schapen moeten behandelen.

„Dat geeft wel eens frictie. Maar ik heb hier geleerd goed te luisteren, beter te communiceren en me niet alles persoonlijk aan te trekken. Daarbij, als de schapen geschoren moeten worden, helpt iedereen mee.”

In de toekomst hopen ze de boerderij te kopen. Terug naar Nederland wil ze niet. „Daar zeggen ze bij een eerste ontmoeting: wat doe je? Hier vragen ze: heb je het goed?” Ze laat even een stilte vallen en zegt dan: „Voel je het verschil?”

Drie leestips

Zoom in Irwan Droog, Het huis aan het einde (2022) Net als Marlieke Luit reageren Irwan Droog en zijn vriendin op de oproep om naar het Noorse eiland SelvĂŠr te komen. Als twintiger kampt Droog met een angststoornis, in de Noorse natuur voelt hij zich veilig, een van de redenen om zich aan te melden. In Het huis aan het einde schrijft Droog liefdevolle portretten van diverse bewoners van het eiland. En hoewel de overstap van Amsterdam naar een spaarzaam bewoond eiland soms als te groot voelt, ligt Droogs happy place boven de poolcirkel, in de Noorse Zee. Zoom in Tamsin Calidas, Ik ben een eiland (2022) Een happy place – zo ervaart de Britse Tamsin Calidas haar eiland niet. Al gaat ze wel vol optimisme van Londen naar een Schots eiland in de Hebriden. Weg van de drukke stad, op zoek naar rust en een stel schapen om voor te zorgen. Maar het regent en stormt, de eilandbewoners zijn hard en afwijzend en als haar huwelijk eindigt en zij alleen achter blijft, verergert de situatie. Hoewel Calidas het eiland niet bij naam noemt, zou het gaan om Lismore, met zo’n 170 inwoners. Zoom in Sara Maitland, A Book of Silence (2009) Sara Maitland denkt te weten waar de vijandigheid die Tamsin Calidas ervaart, vandaan komt: „In minder individualistische samenlevingen is het ego minder afgebakend en geĂŻsoleerd”, schrijft ze in haar boek, „maar daar gelden weer andere, strikt bewaakte grenzen; ongeloof of een afwijkende levenswandel worden niet getolereerd.” Haar boek A Book of Silence is al wat ouder, maar te mooi om niet te noemen. Maitland trekt zich terug in complete stilte, op het Schotse eiland Skye. Daarnaast schrijft ze over de Française Marguerite de la Roque, die in 1542 als straf voor een affaire aan boord van een expeditieschip, met minnaar en dienstmeid achtergelaten wordt op een onbewoond eiland voor de kust van QuĂ©bec. Alleen De la Roque overleeft; ze wordt na tweeĂ«nhalf jaar door vissers gered.

Delen Mail de redactie

Was this article displayed correctly? Not happy with what you see?


Share this article with your
friends and colleagues.

Facebook



Share this article with your
friends and colleagues.

Facebook